Open een webbrowser en typ het IP-adres van de printer in de adresbalk.
Opmerkingen:
Klik op Instellingen > Menu Papier.
De instellingen voor het papierformaat en de papiersoort wijzigen voor de laden die u wilt koppelen.
Om laden te koppelen moeten het papierformaat en de papiersoort die in beide laden worden gebruikt hetzelfde zijn.
Om laden te ontkoppelen mogen het papierformaat en de papiersoort van de beide laden niet hetzelfde zijn.
Klik op Verzenden.
| Opmerking: U kunt de instellingen voor het papierformaat en de papiersoort ook wijzigen via het bedieningspaneel van de printer. Zie Papierformaat en papiersoort instellen voor meer informatie. |
| Waarschuwing: mogelijke beschadiging: Het papier in de lade moet overeenkomen met de naam van de papiersoort die op de printer is toegewezen. De temperatuur van het verhittingsstation is afhankelijk van de opgegeven papiersoort. Als de instellingen niet correct zijn geconfigureerd, kunnen er afdrukproblemen optreden. |
U kunt uitvoerladen koppelen om één uitvoerbron te maken. De printer gebruikt automatisch de volgende beschikbare lade als uitvoerbron.
De standaarduitvoerlade kan worden gevuld met maximaal 550 vel papier van 75g/m². Als u aanvullende uitvoercapaciteit nodig hebt, kunt u andere optionele uitvoerladen aanschaffen.
| Opmerking: Niet alle uitvoerladen ondersteunen alle papierformaten en -typen. |
Blader in het startscherm naar:
> Menu Papier > Lade-instelling
Raak de lade of laden aan die u wilt koppen en raak vervolgens Laden configureren Koppelen aan.
Als de printer is aangesloten op een netwerk, kunt u de Embedded Web Server gebruiken om een andere naam dan Aangepast [x] op te geven voor de aangepaste papiersoorten die in de printer zijn geplaatst.
Typ het IP-adres van uw printer in de adresbalk van uw webbrowser.
| Opmerking: Als u het IP-adres van de printer niet weet, kunt u: |
het IP-adres op het bedieningspaneel van de printer vinden in het TCP/IP-gedeelte in het menu Netwerken/Poorten.
een pagina met netwerkinstellingen afdrukken en het IP-adres in het TCP/IP-gedeelte zoeken.
Klik op Instellingen > Menu Papier > Aangepaste naam > typ een naam > Verzenden.
| Opmerking: Deze aangepaste naam komt op de plaats van de naam van Aangepast <x> in de menu's Aangepaste soorten en Papierformaat/-soort. |
Klik op Aangepaste soorten > selecteer een papiersoort > Verzenden.
Blader in het startscherm naar:
> Menu Papier > Papierformaat/-soort
Selecteer het nummer van de lade of de soort U-lader.
Raak herhaaldelijk de pijl naar links of naar rechts aan tot of een andere aangepaste naam wordt weergegeven.
Raak
aan.
Als de printer is aangesloten op een netwerk, kunt u de Embedded Web Server gebruiken om een andere naam dan Aangepast [x] op te geven voor de aangepaste papiersoorten die in de printer zijn geplaatst.
Typ het IP-adres van de printer in het adresveld van uw webbrowser.
| Opmerking: Als u het IP-adres van de printer niet weet, kunt u: |
het IP-adres op het bedieningspaneel van de printer vinden in het TCP/IP-gedeelte in het menu Netwerken/Poorten.
een pagina met netwerkinstellingen afdrukken en het IP-adres in het TCP/IP-gedeelte zoeken.
Klik op Instellingen > Menu Papier > Aangepaste soorten > selecteer de aangepaste naam die u wilt instellen > selecteer een papiersoort of speciale materiaalsoort > Verzenden.