Clientsoftware installeren op een Windows-besturingssysteem

Controleer het volgende voor u begint:

Lexmark Print Management Client installeren

Lexmark Print Management Client (LPMC) is een softwarepakket dat wordt geïmplementeerd op clientsystemen in een domein om een veilige vrijgave van afdruktaken mogelijk te maken. LPMC legt afdruktaken vanuit de afdrukspool vast en codeert deze, indien nodig. Afdruktaken worden opgeslagen op de computer totdat deze worden vrijgegeven door een printer waarop Print Release is geactiveerd.

  1. Verkrijg het installatiepakket van LPMC en sla het op de tijdelijke lokale schijf op.

  2. Kopieer het configuratiebestand naar de map waarin u het installatiepakket hebt opgeslagen en pas dit aan, indien nodig. Zie Informatie over configuratiebestanden voor Windows-besturingssysteem voor meer informatie.

  3. Doe het volgende om het pakket te installeren:

    • Vanuit de map waarin u het pakket hebt opgeslagen dubbelklikt u op het MSI-pakket.

    • Typ achter de opdrachtprompt msiexec /i lpmc.msi.

  4. Volg de instructies op het computerscherm.

  5. Wanneer de installatie is voltooid, gaat u als volgt te werk:

    Controleer of LPMC is geïnstalleerd
    1. Navigeer naar de map met programma's en onderdelen map van uw besturingssysteem.

    2. Zoek Lexmark Print Management Client.

    Controleer of de vereiste services zijn geïnstalleerd en worden uitgevoerd
    1. Typ achter de opdrachtprompt services.msc.

    2. Controleer of de volgende services worden uitgevoerd:

      • Lexmark Print Capture Service

      • Lexmark Print Release Service

  6. Wijs het aanbevolen printerstuurprogramma toe aan de LPMC-printerpoort. Voor meer informatie raadpleegt u Het printerstuurprogramma installeren en een afdrukwachtrij maken of neemt u contact op met de systeembeheerder.

  7. Opmerkingen:

Werken met SSL-certificaten

LPMC fungeert als een beveiligde server waarop verbindingen via het HTTPS-protocol worden geaccepteerd en tot stand worden gebracht. In LPMC is gegevenscodering toegestaan voor communicatie met het gewone netwerk. Om een SSL-verbinding te kunnen accepteren, maakt LPMC een beveiligd certificaat dat de identiteit van de server bevestigt en inzetbaar is als basis voor codering.

In elk certificaat wordt het onderwerp omschreven dat met het certificaat wordt aangeduid. Het werkstation waarop LPMC wordt uitgevoerd, wordt bijvoorbeeld gedefinieerd als "werkstation-naam", zoals Johan-PCXP, of het wordt aangeduid met een meer algemene naam, zoals localhost. De gereserveerde benaming, localhost, is een alias voor het netwerkadres 127.0.0.1.

Wanneer een certificaat is gemaakt, kunt u het toevoegen aan het werkstation zodat dit beschikbaar wordt voor alle gebruikers die zich aanmelden bij deze computer. LPMC verbindt eveneens een certificaat aan de juiste netwerkverbinding en gebruikt de poort die is gedefinieerd in het configuratiebestand.

Als de geconfigureerde poort na de installatie wordt gewijzigd, kan LPMC geen SSL-verbinding tot stand brengen. Om opnieuw verbinding te maken via een SSL, installeert u LPMC opnieuw, of verbindt u het certificaat handmatig opnieuw met het nieuwe poortnummer.

Opmerking: Het maken en verbinden van het certificaat vindt plaats tijdens het installatieproces van LPMC.

Informatie over configuratiebestanden voor Windows-besturingssysteem

Logboekfunctie

Instelling

Standaardwaarde

Beschrijving

LogFilePath

c:\ProgramData\LPMC\lpmc.log

Het pad waar de logbestanden zijn opgeslagen.

LoggingEnabled

false

Als true is ingesteld, worden de LPMC-gebeurtenissen geregistreerd.


LPMServerlessADSettings

CaptureSettings

Instelling

Standaardwaarde

Beschrijving

LoopbackPort

9167

De poort die met de Capture-service communiceert bij inkomende afdruktaken. Als u een andere poort wilt gebruiken, wijzig dan de poort die door de afdrukwachtrij wordt gebruikt.

PrintJobFileNameFormat

%d_%i.prn

De bestandsnaamindeling die door de Capture-service wordt gebruikt voor het opslaan van de afdruktaken. %d is het tijdstip waarop een opdracht wordt afgedrukt, en %i is de huidige telling van het aantal tikken.

U kunt de volgende waarden gebruiken als onderdeel van de bestandsnaam:

%u - Gebruikersnaam

%pd - Naam van het printerstuurprogramma

%pq - Naam van de afdrukwachtrij


ClientSettings

Instelling

Standaardwaarde

Beschrijving

PrintAndKeepLifespan

48

Geeft aan hoeveel uren na het afdruktijdstip een afdruktaak door LPMC wordt verwijderd.

UnprintedJobsLifespan

48

Na dit aantal uren wordt een afdruktaak die niet is vrijgegeven in een afdrukwachtrij door LPMC verwijderd.


ReleaseSettings

Instelling

Standaardwaarde

Beschrijving

EsfListenerPort

9443

De poort waarnaar een opdracht wordt vrijgegeven vanaf de printer.


ServerSettings

Instelling

Standaardwaarde

Beschrijving

ActiveDirectoryUserProperty

Otherloginworkstations

Active Directory-kenmerk dat LPMC gebruikt voor opslaan en ophalen van data.

ServiceAccountUserName

N.v.t.

Gebruikersnaam aangewezen als het serviceaccount. De beheerder stelt deze instelling in vóór de implementatie.


ADWriteSettings

Instelling

Standaardwaarde

Beschrijving

ADWriteOption

AtPrintTime

Bepaalt wanneer LPMC het IP-adres van het werkstation naar de Active Directory-server schrijft.

Gebruik een van de volgende waarden:

  • AtStartup- het IP-adres van het werkstation wordt uitsluitend geschreven wanneer LPMC wordt gestart. Het IP-adres wordt verwijderd wanneer het werkstation wordt afgesloten of overschakelt op een energiebesparende stand.

  • AtPrintTime- IP-adres van het werkstation wordt uitsluitend geschreven wanneer een afdruktaak wordt afgedrukt. Het wordt verwijderd wanneer de gebruiker geen taken meer heeft die op het werkstation worden vastgehouden, wanneer het werkstation wordt afgesloten of overschakelt op een energiebesparende stand. Als een opgeslagen taak wordt aangetroffen tijdens het starten van LPMC, dan wordt het IP-adres van het werkstation onmiddellijk geschreven.

  • AtStartupAndPrintTime- het IP-adres van het werkstation wordt geschreven tijdens het starten van LPMC en tijdens het afdrukken van een afdruktaak. Het wordt niet verwijderd wanneer de gebruiker geen taken meer heeft die op het werkstation worden vastgehouden. Het wordt verwijderd wanneer het werkstation wordt afgesloten of overschakelt op een energiebesparende stand.


LPMServerlessSettings

CaptureSettings

Instelling

Standaardwaarde

Beschrijving

LoopbackPort

9167

De poort die met de Capture-service communiceert bij inkomende afdruktaken. Als u een andere poort wilt gebruiken, wijzig dan de poort die door de afdrukwachtrij wordt gebruikt.

PrintJobFileNameFormat

%d_%i.prn

De bestandsnaamindeling die door de Capture-service wordt gebruikt voor het opslaan van de afdruktaken. %d is het tijdstip waarop een opdracht wordt afgedrukt, en %i is de huidige telling van het aantal tikken.

U kunt de volgende waarden gebruiken als onderdeel van de bestandsnaam:

%u - Gebruikersnaam

%pd - Naam van het printerstuurprogramma

%pq - Naam van de afdrukwachtrij


ClientSettings

Instelling

Standaardwaarde

Beschrijving

PrintAndKeepLifespan

48

Geeft aan hoeveel uren na het afdruktijdstip een afdruktaak door LPMC wordt verwijderd.

UnprintedJobsLifespan

48

Na dit aantal uren wordt een afdruktaak die niet is vrijgegeven in een afdrukwachtrij door LPMC verwijderd.


ReleaseSettings

Instelling

Standaardwaarde

Beschrijving

EsfListenerPort

9443

De poort waarnaar een opdracht wordt vrijgegeven vanaf de printer.


ServerSettings

Instelling

Standaardwaarde

Beschrijving

ServerIP

api.iss.lexmark.com/lpm-gateway

Het serveradres voor vrijgeven en bijhouden.

ServerPort

443

De poort waarnaar een opdracht wordt vrijgegeven vanaf de printer.


ServerAPISettings

Instelling

Standaardwaarde

Beschrijving

APIVersion

2.0

De gebruikte versie van de application programming interface (API).

IDPServerSettings

ServerIP

ServerPort

idp.iss.lexmark.com

443

Het adres van de identiteitsserviceprovider waarmee gebruikers worden geverifieerd.

De poort waarnaar een opdracht wordt vrijgegeven vanaf de printer.


LPMServerSettings

CaptureSettings

Instelling

Standaardwaarde

Beschrijving

LoopbackPort

9168

De poort die met de Capture-service communiceert bij inkomende afdruktaken. Als u een andere poort wilt gebruiken, wijzig dan de poort die door de afdrukwachtrij wordt gebruikt.

PrintJobFileNameFormat

%d_%i.prn

De bestandsnaamindeling die door de Capture-service wordt gebruikt voor het opslaan van de afdruktaken. %d is het tijdstip waarop een opdracht wordt afgedrukt, en %i is de huidige telling van het aantal tikken.

U kunt de volgende waarden gebruiken als onderdeel van de bestandsnaam:

%u - Gebruikersnaam

%pd - Naam van het printerstuurprogramma

%pq - Naam van de afdrukwachtrij


ServerSettings

Instelling

Standaardwaarde

Beschrijving

ServerIP

lsp.lexmark.com/lexmark

Het SaaS-serveradres voor vrijgeven en bijhouden.

Typ https://lsp.lexmark.com/<companyID>, waar <companyID> de unieke naam of ID is die is toegekend aan het bedrijf.

ServerPort

443

De poort waarnaar een opdracht wordt vrijgegeven vanaf de printer.


IDPServerSettings

Instelling

Standaardwaarde

Beschrijving

ServerIP

idp.iss.lexmark.com

Het adres van de identiteitsserviceprovider waarmee gebruikers worden geverifieerd.

ServerPort

443

De poort waarnaar een opdracht wordt vrijgegeven vanaf de printer.


DeleteJobTrackerSettings

Instelling

Standaardwaarde

Beschrijving

TrackDeletedJob

true

Als deze waarde is ingesteld op false worden de verwijderde taken niet bijgehouden.

SendImmediately

true

Als deze waarde is ingesteld op false worden de verwijderde taken door LPMC verzonden met behulp van de IntervalMode.

IntervalMode

Daily

De gegevens van de verwijderde taken worden na een opgegeven tijdsinterval verzonden. U kunt dit interval opgeven in minuten, uren, dagen of weken. Als IntervalMode is ingeschakeld, worden de gegevens van de verwijderde taken tijdelijk opgeslagen in c:\ProgramData\LPMC\DJTReport.xml. Wanneer het opgegeven interval is verstreken, worden de gegevens van de verwijderde taken verstuurd naar de rapportserver en wordt het DJTReport.xml-bestand verwijderd.

SendInterval

Minutes

Hourly

Daily

Weekly

Day

Hour

1200

Hiermee geeft u wanneer de gegevens van de verwijderde taken naar de rapportageserver moeten worden verzonden.

Minuten: geef een waarde op die gelijk is aan of hoger is dan 1.

Dagelijks: geef de waarde op in uren in de notatie UUMM. Het interval wordt elke dag geactiveerd op het ingestelde uur. U kunt meerdere instellingen opgeven voor Dagelijks. Deze instelling activeert meerdere keren per dag de Deleted Job Tracker.

Wekelijks: bestaat uit de waarden Dag en Uur.

Dag: geef een waarde op van 1 t/m 7, waarbij 1 'zondag' is en 7 'zaterdag'.

Uur: geef de waarde op in de notatie UUMM, waarbij het interval wordt geactiveerd op het ingestelde tijdstip.

U kunt meerdere instellingen opgeven voor Dag en Uur.

ServerSettings

ServerIP

ServerPort

ServerSSL

10.194.107.109

9780

false

Bevat informatie over de rapportageserver waarop de gegevens van de verwijderde taken zijn opgeslagen.

OtherSettings

SiteName

N.v.t.

Meer informatie over gegevens van verwijderde opdrachten.

SiteName: de naam van de locatie vanwaar de opdracht is verzonden.


LateBindingSettings

Instelling

Standaardwaarde

Beschrijving

LateBindingEnabled

false

Als deze instelling is ingesteld op true kunnen de instellingen voor kleur, zijden, nieten, perforeren en het aantal exemplaren worden gewijzigd op het bedieningspaneel van de printer.

Opmerkingen:

  • Deze instelling is mogelijk niet beschikbaar, afhankelijk van de versie van uw LPMC. Raadpleeg het bestand Leesmij voor meer informatie.
  • Deze instelling is alleen van toepassing op afdruktaken die via een serverloze omgeving zijn verzonden.
  • Bevestig een afwerkeenheid aan de printer om deze instelling te gebruiken.

DeleteEmptyUserFolders

Instelling

Standaardwaarde

Beschrijving

DeleteEmptyUserFolders

false

Als deze instelling is ingesteld op true, dan worden de gebruikersmappen zonder afdruktaken en geldige gebruikerstokens automatisch verwijderd.


Voorbeeld van een configuratiebestand voor Windows-besturingssysteem

<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<Configuration xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"
xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance">
  <Logger>
    <LogFilePath>C:\ProgramData\LPMC\lpmc.log</LogFilePath>
    <LoggingEnabled>false</LoggingEnabled>
  </Logger>
  <LPMServerlessADSettings>
	  <CaptureSettings>
		<LoopbackPort>9167</LoopbackPort>
		<PrintJobFileNameFormat>%d_%i.prn</PrintJobFileNameFormat>
	  </CaptureSettings>
	  <ClientSettings>
		<PrintAndKeepLifespan>48</PrintAndKeepLifespan>
		<UnprintedJobsLifespan>48</UnprintedJobsLifespan>
	  </ClientSettings>
	  <ReleaseSettings>
		<EsfListenerPort>9443</EsfListenerPort>
	  </ReleaseSettings>
	  <ServerSettings>
		<ActiveDirectoryUserProperty>otherLoginWorkstations</ActiveDirectoryUserProperty>
		<ServiceAccountUsername></ServiceAccountUsername>
	  </ServerSettings>
	  <ADWriteSettings>
		<ADWriteOption>AtPrintTime</ADWriteOption>
	  </ADWriteSettings>
  </LPMServerlessADSettings>
<LPMServerlessSettings>
	  <CaptureSettings>
		<LoopbackPort>9167</LoopbackPort>
		<PrintJobFileNameFormat>%d_%i.prn</PrintJobFileNameFormat>
	  </CaptureSettings>
	  <ClientSettings>
		<PrintAndKeepLifespan>48</PrintAndKeepLifespan>
		<UnprintedJobsLifespan>48</UnprintedJobsLifespan>
	  </ClientSettings>
	  <ReleaseSettings>
		<EsfListenerPort>9443</EsfListenerPort>
	  </ReleaseSettings>
	  <ServerSettings>
		<ServerIP>api.iss.lexmark.com/lpm-gateway</ServerIP>
		<ServerPort>443</ServerPort>
	  </ServerSettings>
	  <ServerAPISettings>
		<APIVersion>2.0</APIVersion>
		<IDPServerSettings>
			<ServerIP>idp.iss.lexmark.com</ServerIP>
			<ServerPort>443</ServerPort>
		</IDPServerSettings>
	  </ServerAPISettings>
  </LPMServerlessSettings>
  <LPMServerSettings>
	 <CaptureSettings>
		<LoopbackPort>9168</LoopbackPort>
		<PrintJobFileNameFormat>%d_%i.prn</PrintJobFileNameFormat>
	 </CaptureSettings>
	 <ClientSettings>
	 </ClientSettings>
	 <ServerSettings>
		<ServerIP>lsp.lexmark.com/lexmark</ServerIP>
		<ServerPort>443</ServerPort>
	 </ServerSettings>
	 <IDPServerSettings>
      <ServerIP>idp.iss.lexmark.com</ServerIP>
		<ServerPort>443</ServerPort>
	 </IDPServerSettings>
  </LPMServerSettings>
  <DeleteJobTrackerSettings>
	<TrackDeletedJob>true</TrackDeletedJob>
	<SendImmediately>true</SendImmediately>
	<IntervalMode>minutes</IntervalMode>
	<SendInterval>
		<Minutes>5</Minutes>
		<Daily>1200</Daily>
		<Daily>2300</Daily>
		<Weekly>
			<Day>2</Day>
			<Day>3</Day>
			<Day>4</Day>
			<Day>5</Day>
			<Day>6</Day>	
			<Hour>1000</Hour>
			<Hour>1500</Hour>
		</Weekly>
	</SendInterval>
	<ServerSettings>
		<ServerIP>0.0.0.0</ServerIP>
		<ServerPort>9780</ServerPort>
		<ServerSSL>false</ServerSSL>
	</ServerSettings>
	<OtherSettings>
		<SiteName></SiteName>
	</OtherSettings>
  </DeleteJobTrackerSettings>
  <LateBindingSettings>
    <LateBindingEnabled>false</LateBindingEnabled>
  </LateBindingSettings>
  <DeleteEmptyUserFolders>false</DeleteEmptyUserFolders>
</Configuration>

Het printerstuurprogramma installeren en een afdrukwachtrij maken

Zorg ervoor dat u de PCL® XL- of UPD-bestanden voor uw besturingssysteem hebt gedownload.

  1. Voer het installatiebestand uit vanaf uw computer.

    1. Selecteer Uitpakken en schakel de optie Start de installatiesoftware uit.

    2. Kopieer het pad naar de UPD-bestanden.

      Opmerking: Als u het pad wilt wijzigen, bladert u naar de map waarin u de UPD-bestanden wilt opslaan.
    3. Klik op Installeren en volg de aanwijzingen op het scherm.

  2. Open de map Printers en klik op Printer toevoegen.

  3. Selecteer in het dialoogvenster Wizard printer toevoegen Bestaande poort gebruiken.

  4. Selecteer de LPMC-printerpoort in de lijst en klik vervolgens op Volgende.

  5. Wanneer u wordt gevraagd of u de software wilt installeren, selecteert u Bladeren.

  6. In het veld Bestanden van fabrikant kopiëren van plakt u de locatie van de UPD-bestanden of bladert u naar het INF-bestand voor het stuurprogramma.

  7. Klik op OK > Volgende.

  8. Selecteer Lexmark Universal v2 PS3 in de lijst en klik op Volgende.

  9. Typ een beschrijvende naam voor de afdrukwachtrij, geef aan of de nieuwe afdrukwachtrij de standaardwachtrij is en deel de printer vervolgens.

  10. Klik op Voltooien.