Optie | Tot |
---|---|
Taal op display
| De taal van de tekst op het display selecteren. |
Supplyschattingen tonen
| Schattingen weergeven van de supplies op het bedieningspaneel, Embedded Web Server, menu-instellingen en statistiekrapporten van het apparaat. |
Ecomodus
| Gebruik van energie, papier of speciaal afdrukmateriaal minimaliseren. Opmerking: "Uit" is de standaardinstelling. Hiermee zet u de printer terug in de standaardinstellingen. |
Stille modus
| Het geluid van de printer minimaliseren. Opmerking: "Uit" is de standaardinstelling. |
Initiële set-up uitvoeren
| De installatiewizard uitvoeren. |
Papierformaten
| Hiermee geeft u de maateenheden voor papierformaten op. Opmerkingen:
|
Time-outs
| Hiermee wordt ingesteld na hoeveel minuten de spaarstand wordt ingeschakeld nadat een afdruktaak is afgedrukt. Opmerkingen:
|
Time-outs
| Een taak afdrukken terwijl het display is uitgeschakeld. Opmerking: Het display is standaard ingeschakeld tijdens het afdrukken. |
Time-outs
| De tijd instellen dat de printer wacht voordat de sluimerstand wordt ingeschakeld. Opmerking: 3 dagen is de standaardinstelling. |
Time-outs
| De printer instellen op de sluimerstand zelfs als er een actieve Ethernet-verbinding is. Opmerking: Geen sluimerstand is de standaardinstelling. |
Time-outs
| Instellen na hoeveel seconden het bedieningspaneel terugkeert naar de werkstand Gereed. Opmerking: 30 is de standaardinstelling. |
Time-outs
| Hiermee wordt de tijd in seconden ingesteld die de printer wacht om een melding voor einde taak te ontvangen voordat de rest van de taak wordt geannuleerd. Opmerkingen:
|
Time-outs
| Instellen hoeveel seconden de printer wacht op verdere gegevens voordat de afdruktaak wordt geannuleerd. Opmerking: 40 is de standaardinstelling. |
Error Recovery
| Stel de printer in om opnieuw op te starten als er een fout optreedt. Opmerkingen:
|
Afdrukherstel
| Hiermee krijgt de printer opdracht automatisch door te gaan met afdrukken als bepaalde offline situaties niet binnen de opgegeven termijn zijn opgelost. Opmerking: Disabled (Uitgeschakeld) is de standaardinstelling. |
Afdrukherstel
| Opgeven of de printer vastgelopen pagina's opnieuw moet afdrukken. Opmerking: "Automatisch" is de standaardinstelling. De printer drukt vastgelopen pagina's opnieuw af, tenzij het geheugen om de pagina's op te slaan benodigd is voor andere afdruktaken. |
Afdrukherstel
| Instellen dat de printer automatisch controleert of er papier vastzit. Opmerkingen:
|
Afdrukherstel
| Een pagina afdrukken die anders mogelijk niet zou worden afgedrukt. Opmerkingen:
|
Druk op slaapknop
| Bepalen hoe de printer in de inactieve stand reageert als er kort op de slaapknop wordt gedrukt. Opmerking: Slapen is de standaardinstelling. |
Slaapknop ingedrukt houden
| Bepalen hoe de printer in de inactieve stand reageert als er lang op de slaapknop wordt gedrukt. Opmerking: Niets doen is de standaardinstelling. |
Standaardfabrieksinstellingen
| Gebruik de standaardfabrieksinstelling van de printer met uitzondering van de menu-instellingen voor Netwerk en Poorten. Opmerkingen:
|
Standaardthuisbericht
| Een aangepast startpaginabericht selecteren dat wordt weergegeven als alternatieve weergaven van de printerstatus. Opmerking: "Uit" is de standaardinstelling. |
Selecteren | Functie |
---|---|
Printertaal
| De standaardprintertaal instellen. Opmerkingen:
|
Afdrukgebied
| Het logische en fysieke afdrukbare gebied instellen. Opmerkingen:
|
Downloadbestemming
| De opslaglocatie voor downloads instellen. Opmerkingen:
|
Bronnen opslaan
| Geef op wat de printer moet doen met tijdelijke downloads, zoals lettertypen en macro's die zijn opgeslagen in het RAM-geheugen, wanneer de printer een afdruktaak krijgt waarvoor meer geheugen vereist is dan er beschikbaar is. Opmerkingen:
|
Optie | Functie |
---|---|
Zijden (duplex)
| Instellen of dubbelzijdig afdrukken standaard wordt gebruikt voor alle afdruktaken. Opmerkingen:
|
Dubbelzijdig inbinden
| Instellen hoe dubbelzijdig bedrukte pagina's moeten worden ingebonden en afgedrukt. Opmerkingen:
|
Exemplaren
| Een standaardaantal exemplaren opgeven voor elke afdruktaak. Opmerking: 1 is de standaardinstelling. |
Lege pagina's
| Instellen of er lege pagina's in een afdruktaak worden ingevoegd. Opmerking: Niet afdrukken is de standaardinstelling. |
Sorteren
| De pagina's van een afdruktaak op volgorde houden als u meerdere exemplaren afdrukt. Opmerking: (1,2,3) (1,2,3) is de standaardinstelling. |
Scheidingsvellen
| Instellen of er lege scheidingsvellen worden ingevoerd. Opmerkingen:
|
Scheidingsbron
| De papierbron voor scheidingsvellen opgeven. Opmerkingen:
|
Papierbesparing
| Meerdere pagina's op een vel papier afdrukken. Opmerkingen:
|
Indeling papierbesparing
| De volgorde opgeven waarin pagina's worden afgedrukt op één vel wanneer Papierbesparing wordt gebruikt. Opmerkingen:
|
Stand papierbesparing
| De afdrukstand opgeven waarin pagina's worden afgedrukt op één vel. Opmerking: "Automatisch" is de standaardinstelling. De printer kiest tussen de afdrukstanden Staand en Liggend. |
Rand papierbesparing
| Een rand afdrukken wanneer Papierbesparing wordt gebruikt. Opmerking: Geen is de standaardinstelling. |
Optie | Tot |
---|---|
Afdrukresolutie
| Geef de kwaliteit van de scan op in dpi (dots per inch). Opmerking: 600 dpi is de standaardinstelling. |
Pixelversterking
| Hiermee worden meer pixels mogelijk om af te drukken in clusters voor een betere helderheid, om afbeeldingen horizontaal of verticaal te verbeteren of om lettertypen te verbeteren. Opmerking: "Uit" is de standaardinstelling. |
Tonerintensiteit
| Afdrukken lichter of donkerder maken. Opmerkingen:
|
Dunne lijnen verbeteren
| Een afdrukmodus inschakelen die speciaal bedoeld is voor bestanden met nauwkeurige details, zoals bouwkundige tekeningen, kaarten, stroomcircuitschema's en stroomdiagrammen. Opmerkingen:
|
Grijscorrectie
| Automatisch de contrastverbetering aanpassen die is toegepast op de afgedrukte beelden. Opmerking: "Automatisch" is de standaardinstelling. |
Helderheid
| Hiermee maakt u afdrukken lichter of donkerder. U kunt toner besparen door lichtere afdrukken te maken. Opmerking: 0 is de standaardinstelling. |
Contrast
| Hiermee past u het contrast van de afgedrukte objecten aan. Opmerking: 0 is de standaardinstelling. |
Optie | Tot |
---|---|
Flashgeheugen formatteren
| Formatteer het flashgeheugen. Let op—Kans op beschadiging: Zet de printer niet uit als het flashgeheugen wordt geformatteerd. Opmerkingen:
|
Hex Trace inschakelen | De bron van een afdrukprobleem opsporen. Opmerkingen:
|
Dekkingsindicatie
| Een schatting geven van het dekkingspercentage voor toner op een pagina. De schatting wordt afgedrukt op een aparte pagina aan het einde van elke afdruktaak. Opmerking: "Uit" is de standaardinstelling. |
Optie | Functie |
---|---|
Foutpagina's afdrukken
| Een pagina afdrukken met informatie over fouten, waaronder XML-markupfouten. Opmerking: Uit is de standaardinstelling. |
Selecteren | Functie |
---|---|
PS-fout afdrukken
| Een pagina afdrukken die de PostScript-fout bevat. Opmerking: "Uit" is de standaardinstelling. |
PS-opstartmodus vergrendelen
| Het bestand SysStart uitschakelen. Opmerking: "Uit" is de standaardinstelling. |
Lettertypeprioriteit
| De volgorde instellen waarin de printer lettertypen zoekt. Opmerkingen:
|
Optie | Tot |
---|---|
Lettertypebron
| De lettertypeset instellen die wordt gebruikt in het menu Lettertypenaam. Opmerkingen:
|
Lettertypenaam
| Een specifiek lettertype en de optie waarin het is opgeslagen, weergeven. Opmerking: Courier 10 is de standaardinstelling. Met deze optie worden de lettertypenaam, lettertype-ID en de opslaglocatie in de printer weergegeven. De afkorting van de naam van de lettertypebron is R voor Intern, F voor Flash en D voor Schijf. |
Symbolenset
| De symbolenset voor elke lettertypenaam weergeven. Opmerkingen:
|
Instell. PCL-emulatie
| De puntgrootte wijzigen van schaalbare, typografische lettertypen. Opmerkingen:
|
Instell. PCL-emulatie
| Lettertypepitch instellen voor schaalbare lettertypen met een vaste tekenafstand (monogespatieerd). Opmerkingen:
|
Instell. PCL-emulatie
| De afdrukstand instellen van tekst en afbeeldingen op de pagina. Opmerkingen:
|
Instell. PCL-emulatie
| Het aantal regels opgeven dat op elke pagina wordt afgedrukt. Opmerkingen:
|
Instell. PCL-emulatie
| De printer instellen op A4-papierformaat. Opmerkingen:
|
Instell. PCL-emulatie
| Opgeven of de printer automatisch een harde return (CR) moet geven na de opdracht om naar een nieuwe regel te gaan (LF). Opmerking: "Uit" is de standaardinstelling. |
Instell. PCL-emulatie
| Aangeven of de printer automatisch een nieuwe regel (NR) uitvoert na een opdracht voor een harde return (HR). Opmerking: "Uit" is de standaardinstelling. |
Lade-nr. wijzigen
| De printer zodanig configureren dat deze werkt met printersoftware of toepassingen die andere laden als papierbron hebben gedefinieerd. Opmerkingen:
|
Lade-nr. wijzigen
| De standaardinstelling weergeven voor elke invoerlade. |
Lade-nr. wijzigen
| Alle lade- en invoertoewijzingen terugzetten op de standaardfabrieksinstellingen. |